Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij moet nimmer een officiersvrouw worden, mijn kleintje — dat zou jammer zijn."

„Het juffertje is zeker nog zeer jong?"

Koltitz knikte en tastte in den borstzak. Hij haalde een klein, rood-lederen taschje voor den dag en sloeg het open. „Hier! bekijkt het zelf, dat is Erika!"

't Was zonderling, de boeren herkenden den spreker nauwelijks. Aangrijpende teederheid straalde op het rimpelig gelaat, de scherpe, van haat gloeiende oogen keken zoo zacht, als ging er slechts een enkele, groote stroom van geluk, liefde en vadertrots doorheen. De Schout nam het portret en hield het op een afstand vóór de oogen. „Duivels, ja! Dat is een prachtig deerntje!" riep hij op een toon van de hoogste bewondering.

„En welk een hoofd met haar!" zeide Jochem verbaasd.

„Als een kleine oranjeappel!" bevestigde zijn buurman.

„En knokken heeft ze! Die werkt voor twee!

Het portretje ging van hand tot hand, en Jozef wischte het eerst aan zijn broek af, ten einde het nog beter te zien. Allen waren louter bewondering.

Ook de Overste staarde ten slotte langen tijd op het ronde, liefelijke gelaat met de groote, blauwe oogen. Die vooral keken zoo zielvol en verstandig de wereld in, als waren de gedachten in het kopje de jaren en de prachtige bakvisch-haarvlecht, welke het versierde, in ontwikkeling verre vooruit.

„En de deern is zeker wel zeer schrander ook?" vroeg de Schout nadenkend.

„Verbazend schrander! Zij heeft gezond verstand en heldere oogen! Zij kijkt niet blind om zich, en toch ziet haar rein, ideaal gemoed alles alleen goed en veredeld. Het is tijd, dat zij hierheen komt, voordat de onnutte wereld haar kinderlijk geloof vermoordt!"

De Overste stak het portretje weder in den borstzak. Hij verkeerde eensklaps in een uitstekende luim, hij was haastig en vol ongeduld, dat er met den bouw \ an het huis snel voortgang zou gemaakt worden. Voordat

Sluiten