Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En waarom niet, vader Claasen?"

De boer maakte een korte beweging met de hand, zette de muts op en draaide zich zwijgend om tot vertrek.

Toen vroeg niemand iets meer, zij wisten toch allen, wat hij bedoelde. Neen, het is niet goed, de aarde open te scheuren en een huis te bouwen, er heerscht daaromtrent een bijgeloof. Eén uit de familie moet in de open aarde. — De jongejuffrouw is een jonge bloed en de vrouw van den landheer gezond en krachtig, — doch in den herfst valt het verdorde gebladerte af — en de oude is verwelkt en broos, als een blaadje aan den levensboom, dat de vorst heeft getroffen.

De boeren van Ellerndörp gingen zwijgend naar huis. Zij hadden heden meer gehoord en ervaren, dan anders in een jaar. Het bezwaarde hen. Hun bekrompen verstand kon het niet doorgronden, of den Overste een onrecht was aangedaan; zij begrepen alleen, dat hij een zieke man was, wien een leed was wedervaren, en daar hij thans tot de hunnen behoorde, was zijn verdriet ook het hunne. — Het heerenhuis naderde intusschen zijn voltooiing, doch de boeren van Ellerndörp schudden bedenkelijk het hoofd, want bij het feest aan de werklieden, toen het huis onder dak was gebracht, was de kroon gevallen en dat voorspelde niets goeds.

HOOFDSTUK II.

Er lag sneeuw over de heide.

In verbazende reinheid en helderheid schitterde het vlakke land, zoover de blik reikte, als de zon aan den hemel stond en de kalme lucht van koude flonkerde; nog schooner evenwel was het, als hemel en aarde in grauwe sluiers samensmolten, als een geheimzinnig vaal licht om de olmboomen en sleedoornstruiken fijne schaduwen wierp, — als de raven met melancholiek geschreeuw eenzaam de afgematte vleugels bewogen.

Dan stond de Overste aan het venster en staarde

2

Sluiten