Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De boomen in den tuin zuchtten en steunden, het floot en gierde om de vensters, en als een nieuwe windstoot naderde, dan klonk het, of de oceaan bruisend over de heide kwam aanrollen,

Het vuur knetterde in den haard, vonken vlogen om de dikke eikenblokken, als Erika het door de vlammen rossig gekleurde gezichtje voorover boog, om den gloed dartel aan te blazen en te versterken! -

Ja, Erika! Zij hield ook dolveel van den woesten, onhoffelijken kameraad, den sneeuwstorm, welke zoo ongalant aan haar blonde kopje rukte en haar de wonderlijkste geschiedenissen vertelde. De vader hoorde slechts melodieën in hem weerklinken, doch het jonge meisje vernam woorden, liederen, sprookjes — duizenderlei grappige dingen, welke zij den volgenden dag verder vertelde aan moeder Doortje en Liesje, als zij aan het spinnewiel zaten en het hun volstrekt niet verdroot naar de verwonderlijke „sprookjes en rijmen" van het jonge meisje te luisteren.

Toen de koekoek in de Schwartzwalderklok viermaal zijn naam had geroepen, werd de Overste reeds ongeduldig.

„Jetje! Jetje lief — het slaat reeds vier uur! Waar blijft dat drommelsche vee weer met de koffie? Die ellendige onnauwkeurigheid! Infame luilakkerij! Dan moet toch voor den drommel onmiddellijk —" — „Maar Muis! doe toch niet zoo gek!" klaagde een zachte stem vol teeder verwijt, „de pendule gaat immers tien minuten vóór!"

Mevrouw Jetje's magere, kleine gestalte zonk in den hoogen gemakkelijken stoel bij den haard weg. Haar hoofd, glad gekapt en met zwarte kant bedekt, boog zich dag aan dag met denzelfden ijver over het fijne linnen naaiwerk, alsof Erika's bruiloft reeds de volgende week zou plaats hebben, als moest het uitzet reeds heden of morgen gereed zijn.

Mevrouw de Overste Koltitz was een zeer sympatieke verschijning, de belichaamde goedheid en zacht-

Sluiten