Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen maar eens een beetje open, als onze kleine naast dien prachtjongen, naast Wigand zit."

Mevrouw Henriëtte schudde ernstig met het hoofd. „Inbeelding!" hernam zij zeer beslist, „je ziet, omdat je zien wilt. Er bestaat geen grootere koelheid, dan die tusschen Erika en Wigand!"

„Wel verdord — de deern zou hem niet behagen?! Dat moet toch

„Maar Muis! Muis! schreeuw toch zoo niet! Neen, ik geloof niet, dat Erika degene is, die den zoo zeer eenvoudigen, prozaïschen man voor zich zal winnen. Wigand is een door en door braaf, voortreffelijk mensch, maar ik dicht hem een smaak toe, welke uitsluitend in een zeer eenvoudige, slechts huishoudelijk prozaïsche vrouw zijn ideaal vindt. Ons kind heeft evenwel te lang reeds de elegante grootestadslucht ingeademd, Erika is zeker vlijtig en degelijk, maar de grondtrek van haar wezen is een verstandige, teedere dweperij, waarvan een ferme landman nooit recht begrip hebben zal!"

Koltitz lachte wel is waar, doch ontegenzeggelijk een weinig korzelig. „Dat is alles maar bijzaak, Jetje! De verhoudingen passen daarentegen des te schitterender bij elkander! Wat zou den armen, onbemiddeldenjongen beter kunnen weervaren, dan zich in een onbezwaard, schoon landgoed te vestigen, dan een vrouw te vinden, die hem alles, waaraan hij hehoefte heeft, op een presenteerblaadje aandraagt!"

„Wigand is een veel te edel en oprecht man, om te berekenen, en v^at zou hem ook alle berekening baten, als hij geen wederliefde vindt?"

Koltitz woelde toornig met beide handen door de grijze haren. „Geen wederliefde? Ik sla de meid dood, als zij zoo dom is —"

„Muis, doe toch niet zoo gek!"

De Overste stapte met reuzenschreden in de kamer op en neder. Eindelijk bleef hij staan en graaide in Mevrouw Henriëtte's met zorg in orde gebracht werk-

Sluiten