Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijner tanden. Hij verzorgde beide op een manier, welke tegen de onverschilligheid omtrent zijn uitwendigen mensch, welke hij overigens openbaarde, des te scherper afstak. Nooit zag men hem zonder handschoenen in de open lucht, nooit maakte de overigens zoo hartstochtelijke rooker gebruik van de door alle landbouwers naar landswijze zoo geliefde pijp.

Daarom waren zijne handen, in weerwil van allen arbeid en in weerwil van alle persoonlijk aanpakken, blank en onberispelijk tot de toppen der nagels toe, en zijne tanden zoo schitterend wit, dat de ijdelste Indiaan hem die zou hebben kunnen benijden.

Wat beteekenden evenwel die enkele meerdere voortreffelijkheden bij de overigens zoo weinig presentabele verschijning.

Erika zag alleen de vetlederen laarzen en de afschuwelijke korte overjas met de nagemaakte hertshoornen knoopen, en daar zij volstrekt niet naar meerdere voortreffelijkheden in Wigands verschijning zocht, zag zij ze als iets dat vanzelf sprak over het hoofd.

Op zijn kalme, ietwat stijve manier naderde hij de koffietafel en nam plaats.

De Overste had hem met een schier teederen hoofdknik de hand toegestoken en sprak: „Je weet, mijn brave jongen, dat de dienst altijd verontschuldigt!" en Erika zeide, hem opgeruimd toelachende: „Laat komt gij, doch gij komt!" schonk hem koffie in en zette hem den koek voor.

Hij had haar hand met een vriendelijken druk geschud en die van de vrouw des huizes eerbiedig gekust, thans liet hij zich door de nicht bedienen, als was dit volkomen in orde, en at en dronk zwijgend, maar met den besten eetlust.

Daarop vertelde hij Erika, dat hij eene menigte versche hazesporen had ontdekt en morgen voor een Zondagsgebraad zou zorgen, • dat er ook een vlucht wilde duiven om de koornschelven rondvloog, en hij daar opruiming onder wilde houden.

Sluiten