Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en laag, smijt den vervloekten kerel de deur uit, ik wil geen brieven, ik verlang geen brieven .... ik schiet op ieder, die het waagt, hier mijn rust te storen!"

„Maar, Muis, doe toch niet zoo gek, het is toch wellicht een brief met geld," opperde Mevrouw Jetje angstig. „Is de brief aan Mijnheer den Overste geadresseerd, Lize?" . n

„Neen, Warnke zegt, dat hij voor den Baron is.

„Ah, dus voor mij?"

„Ziet gij, papatje, hij verlangt eenvoudig Wigand te spreken." — Erika sloeg beide armen om den opgewonden ouden Heer en trok hem zacht op den stoel terug.

„Wigand, jongen, wil je zulk verduiveld spul van papier en inkt aannemen?" viel Koltitz driftig uit.

„Zeker, lieve oom. De brief kan zeer gewichtige

berichten behelzen.

De kalme beslistheid van den spreker werkte.

„In Gods naam, ga hem dan halen, mijn jongen, ik," oude gek, vergeet altijd, dat je nog geen tonsuur op het hoofd draagt." Hij liet het hoofd op de hand rusten en staarde vóór zich uit; hij keek evenwel plotseling op, toen Wigand na een minuut terugkwam, snel naar de schrijftafel liep en een ontvangbewijs van het postkantoor onderteekende.

„Een aangeteekende brief?"

„Ja, lieve Oom."

„Hm." Men zag het het gerimpeld gelaat aan, dat de oude Heer nieuwsgierig begon te worden. „De kerel moet in de keuken gaan en zich warmen, geeft hem een borrel en wat te eten." ^

„Zeker, papatje, ik zal er zelf voor zorgen. Erika sprong met een nauwelijks onderdrukten juichkreet op en snelde de kamer uit. Haar opgeruimd gelach en een zeer levendig onderhoud met Warnke drongen tot

in de kamer door. . .

„Nu laat zij zich natuurlijk weer duizenderlei nieuwtjes door den vervloekten kerel vertellen,' mopperde de Overste.

Sluiten