Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij is ziek, tante; dat verklaart alles."

Mevrouw Koltitz zuchtte diep en Erika keek ernstig en peinzend vóór zich op het tapijt.

Wigands blik rustte op haar gelaat en er lag plotseling een zonderlinge uitdrukking in zijne oogen. Een mengsel van spanning en bekommering, een angstig vorschen, als wilde hij hare geheimste gedachten lezen.

„Het heeft u, dames, zeker heel wat gekost, u hier in deze eenzaamheid te begraven?"

Het jonge meisje bleef roerloos zitten, doch Mevrouw Koltitz schudde weemoedig het hoofd. „Ik ben op het platteland opgegroeid en houd van de stilte en kalmte van een landgoed. Wat heb ik nog in de wereld te verliezen? ik ben gaarne hier en begeer niets beters."

De jonge heereboer wendde den blik niet van Erika af. „Gij, tante, gij! Dat is zeer begrijpelijk, maar de kleine smacht zeker van verlangen om naar de residentie en de oude vrienden terug te keeren." Zijn stem klonk niet zoo vast als anders en de onrust in zijn gelaat werd duidelijker zichtbaar.

Erika hief eensklaps het hoofd op. Zij keek hem vlak in het gezicht en lachte even vergenoegd en vroolijk als anders. Het was of een zonnestraal op zijn gelaat viel. „Terug verlangen?" zeide zij, „naar mijn heerlijk pensionaat? of naar mijne amusante jonge meisjeskransjes, waar het tot den goeden toon behoorde, op den eenen of anderen held der salons smoorlijk \erliefd te zijn? Neen, Wigand, ik behoor tot de onnatuurlijke jonge dames, die noch een intimus, noch een ongelukkige liefde achtergelaten hebben. De menschen hielden tot hiertoe uitsluitend mijn verstand en mijn talent „van opmerken" bezig, ik vermaakte mij met het geheel, niet met de onderdeelen. Het eenige, wat ik betreur, en wel recht bitter betreur en mis, is de schouwburg. Een schoone opera, een goed treurspel of een blijspel behooren tot de grootste genoegens, welke men mij kan verschaffen. Daarvoor geef ik al het andere prijs. Ik heb er dan ook flink van genoten.

3

Sluiten