Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn goede moeder had zich voor ons geabonneerd, dus was ik avond aan avond gast in de loge."

Als had een zachte hand troostend en verhelderend over zijn voorhoofd gestreken, keek Wigand glimlachend met stralenden blik op haar neder. Niemand zag en bespeurde het. „Je verrast me, hernam hij, „ik heb geruimen tijd steeds de letterkunde voor je grootste passie gehouden."

„Voor de grootste? Ja nu, laten we zeggen, mijn voorliefde voor goede boeken gaat met mijn genoegen in schoone stukken hand aan hand. De Muze van het treurspel en die der poëzie zijn zusters.

Mevrouw Henriëtte boog zich weder over haar borduurwerk en zeide: „Ik verzeker je, Wigand, het was een genot met het kind naar den schouw burg te gaan. Dikwijls was het me zelf een raadsel, hoe het kleintje aan zulk een diepe, rijpe kennis van de kunst kwam. Dat verleidde me, haar gerust alle boeken te laten lezen en alle stukken te laten zien, uitgezonderd die met Fransche strekking. Het treffende oordeel over en de hooge, bezielde opvatting van alles, wat zij zag en hoorde, moesten wel een aangeboren talent zijn. Het heeft haar ook niets geschaad, integendeel, het verheugt me nu dubbel, dat zij zulk een rijken schat van herinnering mede naar deze eenzame wereld heelt genomen."

„Maar zal zij niet als heimwee naar het verlorene

aan je knagen, Erika?"

Zij schudde met een opgewekten blik het kopje en antwoordde: „Neen, het heimwee en de herinnering zullen me wel vervullen, doch zij zullen niet ten koste van mij, maar ik ten koste van haar leven. De boeken volgen me toch als trouwe vrienden hierheen, hun zijn goddelijke vleugels aangegroeid, om berg en dal zegevierend te overwinnen. De schouwburg verlangt, dat men naar hem komt, en tegenover zulk een aanmatiging moet men consequentie stellen." Zij lachte even. „Mijn tooneel is thans Ellerndörp, en wie oogen

Sluiten