Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Op uw woord moet gij mij beloven, dat gij den jongen krachtig zult aanpakken; hij moet duchtig gedrild en geturkt worden, opdat de losse haren eens uit de kunstenaarslokken geklopt worden.

„Dat zal hem goed doen, „ver van Madrid", zonder opera, oesterhuis, café chantant en elegante vrouwen, die den knappen bengel geheel en al het hoofd op hol brengen. Want knap is Joöl, zeer knap zelfs, helaas!

„Ziedaar, mijn wakkere Wigand, nu heb ik u op de hoogte gebracht, en nu verzoek ik u om een rond en eerlijk antwoord, of gij mijnheer den volontair tegen April wilt hebben, want tot zoolang heb ik hem nog uitstel gegeven. Krijgt hij vóór Paschen een fatsoenlijke betrekking als kapelmeester, directeur enz., waarvan hij later eens leven kan, bon, dan mag hij in Gods naam onsterfelijk worden; zoo niet, dan ben ik van staal en ijzer en kortwiek den muzenzoon de goddelijke vleugels.

„En nu vaarwel! Groet de geheele lieve familie Koltitz van mij, en doe bij haar een goed woord voor uw pleegbroeder. Doch wees gij zelf, mijn brave, lieve zoon, met de oude liefde omhelsd door Uw getrouwen

Pleegvader Eikhoff.

„P. S. Mijn vervloekte jicht plaagt mij weer meer dan ooit; ik ben een gerimpelde, kreupele invalide. Tante Elly is jong, schoon, zenuwachtig en bedrijvig als altijd, haar zoon zie boven." — —

Wigand zweeg en keek op, regelrecht in Erika s oogen. Zij schitterden; zeker van pleizier over het postscriptum. Onbeschroomd wendde hij zich tot den Overste: „Ik heb gesproken, oomlief, en verbeid uw beslissing!" zeide hij, op zijn goedhartige manier glimlachende. „Wat de vader over zijn eenigen zoon schrijft, behoeft gij niet al te letterlijk op te nemen. De Geheimraad is een man, wien niets onbegrijpelijker is, dan kunst en genialiteit. Of Joel werkelijk zoo

Sluiten