Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig begaafd is en zulk onbeduidend werk voortbrengt, als hij beweert, kan ik niet beoordeelen, daar ik hem sinds drie jaren niet meer heb gezien; vroeger was hij een zielsgoeie jongen, die alleen leed^aan de hartstochtelijke zucht om beroemd te worden.

„Ik ken Elly," zeide Mevrouw Henriette, toestemmend knikkende, „en geloof den Geheimraad gaarne als hij beweert, dat haar ijdelheid de kiem daartoe in de ziel van den zoon heeft gelegd."

„Die krankzinnige vrouwen! De lieve God weet, hoeveel onheil zij in haar grootheidswaanzin stichten." Koltitz blies mokkend een paar blauwe rookwolken uit en keek strak vóór zich. „Maar dat de oude juist Ellerndörp tot verbeteringsoord voor den slungel heeft uitgekozen! Ik — ba — ik! welken goeden in\loed moet ik in 's Hemels naam op zulk een gek uitoefenen!"

Erika sloeg vleiend den arm om den hals van den Overste. „Papatje, wie weet, waarom het noodlot het dus beschikt," riep zij vurig. „Wigand zegt, dat de Geheimraad geen verstand van kunst en muziek heeft. Bedenk eens, als hij den ongelukkigen jongen man onrecht doet, als hij in zijn verblinding een werkelijk genie, een talent van Gods genade onderdrukt. Gij weet zoo veel, zoo heel veel van muziek, Papatje, bedenk toch eens, welk een heerlijke daad het zou zijn, als gij in Joel nochtans een waar kunstenaar on tdektet en hem, door uw voorspraak, weder aan zijn wezenlijk beroep teruggaaft."

Koltitz blies nog dichtere rookwolken uit. Hij zag er zeer gestreeld uit. „Jou kleine heks," meesmuilde hij, „ik geloof waarlijk, dat je me tot een Mecenas der kunst wilt stempelen. Onzin, mijn oude hersenpan neemt niets meer op."

„Papatje!"

„Klein vleistertje!" Hij meesmuilde nog meer. „Ik smijt den kerel de deur uit, dat hij nek en beenen breekt."

Sluiten