Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerstgenoemden had hij er niet veel, de tweeden des

te meer. .. .

't Was zonderling, hij had in zijn uiterlijk voorkomen zoo weinig, wat gewoonlijk menschenharten aantrekt, en toch vond hij vele vrienden, toch verliet hij geen enkele plaats, zonder er de warmste sympathieën achter te laten. En sinds lang was hem vriendschap genoeg geweest, had die hem rijk en gelukkig gemaakt, dewijl hij de liefde niet begeerde.

Hij opende het album.

Volgens gewoonte rustte zijn blik allereerst op de portretten zijner ouders, oude, verbleekte, nauwelijks te herkennen photographieën. Voor hem waren zij

heilige zaken.

De slanke officier met blonden baard had hem voor de laatste maal aan de borst gedrukt, eer Wigand denken kon. In het jaar 1864. Bij de Düppler Schansen had een kogel dat trouwe, jeugdige hart verscheurd, en niet alleen zijn hart, ook dat zijner arme moeder bloedde aan dezen onbarmhartigen kogel dood. Haar herinnert hij zich nog flauw. Hij ziet haar in den ziekenstoel zitten, de handen gevouwen, den smachtenden blik der zwarte oogen ten hemel geslagen. Ook zij ging van hem heen. Wigand buigt zich voorover en drukt de lippen op het geel geworden portret.

Toen kwam hij bij Oom en Tante Eikhoff. Het volle, opgeruimde gezicht van den Geheimraad lacht hem toe. Ietwat opgezet, met zakken onder de heldere oogen, goedhartig en toch energiek. Naast hem tante Elly. Jong, slank, sentimenteel en zeer elegant. Zij draagt een roos in het haar en leunt dwepend tegen een geopend klavier.

Beiden waren goed voor hem, zeer goed.

En hier de zoon, Joël. Verscheidene portretten, hij groeit voor de oogen op van knaap tot man. Dit is

het laatste. .

Wigands blik rust lang, vol oprechte bewondering op den genialen mannenkop. Hij zweemt in alles op

Sluiten