Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schoone brunette, zijne moeder. Over het voorhoofd krult, los, op kunstenaarsmanier, het haar, zonder dat het langer dan noodig het hoofd omgolft. Groote, verwonderlijk fonkelende oogen houden een heelal in toom, en boven den mond verheft zich fier een kleine knevel. Fier! Evenals de lippen, welke, eenigszins aanmatigend gewelfd, boekdeelen vol vertellen van luimen, heftigheid, hartstocht en verlangen !

In dien mond drukt zich het gansche karakter uit; het gelukkigste is het niet.

Een flauwe lijn om de even naar beneden getrokkene hoeken van den mond drukt eeuwige ontevredenheid en onrust uit.

Maar de indruk van het geheel is treffend, is, zooals men zich een warmbloedigen lieveling der Muzen, een hemelbestormenden, wereldbedwelmenden kunstenaar van Gods genade voorstelt.

Wigand is trotsch op hem! Het schenkt hem voldoening, deze beeltenis naar beneden te brengen, het als het portret van zijn, zijn pleegbroeder te toonen ! Ja, hij is trotsch en gelukkig, zijn eerlijk hart kent geen afgunst, en de gedachte, welk een figuur hij zelf naast dien Phoebus zal maken, deze gedachte komt volstrekt niet in hem op!

Hij neemt het album onder den arm, sluit de latafel en neemt het licht weder in de hand. Zwart, huiveringwekkend beweegt zijn schaduw zich naast hem voort. Hij zou gaarne met een stroom van hartroerende woorden ten gunste van Joël spreken, want de gedachte, den geliefden vriend zijner jeugd als makker te Ellerndörp te krijgen, heeft iets oneindig verrukkelijks voor hem. Maar hij kan niet spreken, heeft nooit in zijn leven met zijn tong de zege bevochten, daarom moet Joël zelf door zijn portret spreken. Hij moet den Overste behagen, deze moet dien schoonen', genialen mensch bij zich ontvangen en helpen, hem, door zijn voorspraak bij den vader, aan de kunst hergeven.

Toen hij weder aan de koffietafel trad en de photo-

Sluiten