Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graphie aanbood, schitterden zijne oogen van innige vreugde. In de grootste spanning slaat hij het gelaat

van zijn oom gade. .

De Overste houdt het portret ver van zich al en beschouwt het met onderzoekenden blik. Zijn vrouw buigt zich voorover en bekijkt het met onverholen

belangstelling.

„Hm..." zegt de Overste knikkende, „een knappe bengel! Maar op en top een kind der negentiende eeuw. Onbevredigd, arrogant, ijdel en hakende naar genot."

„Maar, oom! waar leest gij die afschuwelijke conduitelijst van af?" vraagt Wigand ontsteld, en Mevrouw Henriëtte schudt verwijtend het hoofd.

„Maar, Muis! doe niet zoo gek, ik vind dat het jonge mensch er beeldschoon en gedistingeerd uitziet!

„Waar ik het van aflees? Wel hiervan!" Koltitz tikt heftig met den vinger op het portret en blaast dikke rookwolken uit. „In den mond ligt het... in den blik ... en in de plooi tusschen de wenkbrauwen ! Zulke sombere rimpels waren in mijn tijd nog geen mode!"

„Wie weet, wat de arme jongen lijdt! Hier in Ellerndörp zal die plooi wel verdwijnen!"

Erika hief thans eerst het kopje van haar arbeid op en glimlachte op zonderlinge wijze: haastig schoof Wigand haar het portretje toe, als wilde hij haar door deze stomme beweging verzoeken, verder tot voorspraak te dienen.

Zij deed, of zij die beweging niet opmerkte, doch zeide op beslisten toon: „Een karakter alleen op grond van de beschouwing eener photographie te beoordeelen, is toch erg gewaagd, papatje, en daarom stel ik u voor, dat gij den veelbesproken lieveling der Muzen in persona hierheen laat komen, opdat wij ons overtuigen kunnen, dat hij — a, la Maria, Stuart beter is, dan zijn gerucht!"

Koltitz greep naar de nieuwsbladen. „Mij is het

Sluiten