Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volmaakt onverschillig, of de grappenmaker hierheen komt of niet. Wigand heeft de moeite en jelui vrouwlui hebt den last met hem ; ik zal niet veel van hem zien, want als Mijnheer de Geheimraad zich voorstelt, dat ik als gouverneur van zijn zoon zal optreden, dan vergist hij zich deerlijk —"

„Muis —- —!!"

Wigand liet nog altijd geheel overbluft den blik op Erika rusten. „Wil jij dan het portret volstrekt niet eens bekijken, nichtje?" vroeg hij op verwijtenden toon en schoof het op nieuw naar haar toe.

Thans strekte zij er haar kleine, blanke hand naar uit. „Ik ken het portret!" zeide zij.

„Je kent het?"

Zij neigde het kopje nog dieper, doch een vurige blos bedekte hare wangen. „Zeker, ik doorbladerde je geheele album, toen je ons de portretten van je ouders liet zien."

„Ah zoo, en je herinnert je Joël nog?"

Zij lachte; haar lach klonk evenwel een weinig verlegen. „Natuurlijk! Hij trof me, omdat hij er zoo knap uitziet."

En dat zeggende beschouwde zij opnieuw het portret.

'tWas zonderling, er lag plotseling een uitdrukking in hare oogen, welke hij vóór dezen daarin niet had opgemerkt. Hoe verrukt staarden zij er op, onbeweeglijk, als het ware betooverd door het schoone gelaat, dat, zeker van zijn zegepraal, haar toelacht!

En langzaam stijgt de roode gloed van de wangen naar de slapen — en hoe langer het jonge meisje de photographie beschouwt, des te meer trilt de hand, welke ze vasthoudt.

Wigand staat en merkt dat alles op — en het wordt hem plotseling te moede, alsof er iets zwaars op zijn hart drukt.

Hij keert zich om en treedt naar het venster.

De maan schijnt als een matroode schijf door de nevelachtige sneeuwwolk en de wind schudt de denne-

Sluiten