Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk verbrak zij het stilzwijgen en zeide in het platduitsch:

„Juffer?"

„Wat is er, Doortje?"

„U gaat toch niet meer school, wat schrijft u in üat

boek?''

Eriks. l^chtc

Ik schrijf mijne gedachten op, kleine deern! Alles, wat men op zulk een verrukkelijken morgen gevoelen moet! en als het op het papier staat, heet^et een

& „U kunt zeker wel rijmen maken?" De schapenhoedster staarde schier ontsteld in het rooskleurig gezichtje der spreekster.

Erika knikte: „Is dat zoo iets bijzonders?

Doortje zette de knieën schrap en schoof vlug op

haar buik naderbij. Nieuwsgierig hief zij het gezicht op.

IVIcicik ze eens.

Het jonge meisje barstte in een luiden schaterlach

uit. „Je wilt het zeker leeren?"

De door den arbeid bruingewordene handen werden tegen haar uitgestrekt, alsof er een monster afgeweerd

moest worden.

„God in den Hemel, neen!

Een oogenblik bleef het stil, daarop vervolgde Doortje op een deels vertrouwelijken deels weetgiengen toon: Wel zou ik gaarne weten, hoe gij 't alles bij mekaar schrijft. Komen de gedachten alle op eens?'

Erika had er schik in. „Neen, ze komen alle afzonderlijk, al nadat men om zich ziet en om zich hoort.

„Ik zie niets en ik hoor niets," antwoordde Doortje ontsteld, gejaagd om zich ziende.

„Hoor je de kerkklokken met luiden?

„Ja, ze luien! wat zou dat.J

„Valt er je niet iets in, als je die heerlijke, betoo-

verende klanken hoort?" „, , .

Evenals een jachthond den kop snuffelend vooruitsteekt, luisterde Doortje met open mond, wat haar op

Sluiten