Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijne rijmen en aan je Jochem, maar vergeet boven alle poëzie de hamels niet!!"

Zij lachte, wenkte en trad haastig door het van den dauw bevochtigde mserasland.

De grashalmen trilden en bogen zich onder den zoom van haar japon, en de bijen zwermden in den zonneschijn om het jeugdige gelaat, volmaakt alsof zij er zich door lieten misleiden en het voor een roos hielden.

Eensklaps bleef de jonge dame staan en hield verbaasd de hand boven de oogen.

Het licht verblindde; zij keek lang en ingespannen, en hoe langer zij keek, hoe gloeiender haar het bloed naar de wangen steeg.

Ginds, langs den zandigen rijweg, welke van het dorp herwaarts liep, naderde eenzaam een gedaante. Lang, slank, zeer elegant. Zóó ziet Wigand er niet uit.

Een licht-grijze reismantel waait van de schouders, een slappe vilten hoed van dezelfde kleur bedekt zijn hoofd. De zilveren knop van den kleinen wandelstok flikkert van tijd tot tijd en de roestkleurige handschoenen schitteren in het schelle licht.

Verdwaalt een wandelaar naar Ellerndörp? Neen. Er bestaat slechts ééne oplossing voor dit raadsel: Joel Eikhoff....

Erika snakt naar adem, zij heeft een gevoel, alsof het bonzen van haar hart haar zal doen stikken.

Hij! — Hoe komt hij heden reeds herwaarts? en zij verwachtten hem toch eerst over drie dagen! — Zeker heeft hij van de post gebruik gemaakt, is aan de herberg uitgestapt en legt den weg naar het landhuis te voet af.

Is hij het ook werkelijk?

Ja, hij moet het zijn, zoo fier, zoo elegant, zoo^zeker kan alleen een man als Joël Eikhoff komen aanstappen.

Hij komt nader, gedurig nader.

Erika is aarzelend verder geloopen. Thans is zij tot de plaats genaderd, waar het pad door de weide den

Sluiten