Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg kruist, en blijft zij andermaal staan, om den gast op te wachten. Aanvankelijk was zij besluiteloos, of zij het doen zou, maar daarop kwam het haar voor, dat het van zelf sprak, dat zij een bloedverwant, die wellicht jaren lang onder hun dak zou leven, te gemoet ging en hem welkom heette.

Als zij maar tot kalmte kon komen! Zij voelt, dat zij beeft en siddert, alsof de grond onder haar golft.

En nader, gedurig nader komt hij. Ja, hij is het, zij herkent zijn schoon, fier gelaat.

Sterk en uitvorschend brandt de blik zijner zwarte oogen op de sierlijke meisjesgestalte, welke hem van den goudkleurigen achtergrond glimlachend tegemoet treedt. De hemel schittert in zonnegloed, purperen strepen stralen van hem uit, precies alsof hij het blondlokkige menschenkind met een verblindenden stralenkrans wilde omgeven.

Joël Eikhoff knijpt ook voor een oogenblik de oogen toe, alsof zij niet in staat waren in dat zuiver goddelijk' licht te staren. Hij ziet, dat de jonge dame op hem wacht en toch versnelt hij zijne schreden volstrekt niet, integendeel, hij nadert zoo onverschillig en flegmatisch, als vond hij het volmaakt in orde, dat de dames om zijnentwil moede worden van het staan.

Eindelijk bereikt hij haar.

Met een enkelen blik omvat hij hare verschijning. Het gezichtje ziet er vuurrood uit — ha! ha! de goede landlucht, en de hoed werpt een schaduw daarop niet bijzonder in haar voordeel. — Het voorkomen tamelijk chic, maar zoo uiterst kinderlijk en teer, zoo pas ontloken, dat een verwend oog. als dat van een vroolijk levend kunstenaar, het volstrekt niet der moeite waard acht, zich bij zulk een aanblik op te houden.

Zeer koel en vormelijk grijpt Joël naar zijn hoed, om hem nauwelijks een handbreed van het hoofd te lichten.

„Juffrouw Koltitz?"

Thans wijkt de betoovering. Diep ademhalend, met

Sluiten