Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine landmeisje met hem den spot willen gaan

i Als ik voor het een of ander in Ellerndörp beducht was geweest, zou ik hier niet staan. Ik ben op alles voorbereid, daarom maakte ik ook volstrekt geen excuses- zelfs de schotelkoek, het schoone tafellaken en de guirlande om de deur zijn requisiten, welke onnoodig zijn. Ik speel geen comedie, maar ben in elke gedachte waar. Dat hoort gij.

Ta dat hoor ik. Tot mijn diepe smart valt me tegelijkertijd in, dat wij de guirlande totaal vergeten hebben. Gij krijgt ook geen schotelkoek, maar wafelen.

Opnieuw liet hij zijn blik op haar rusten. Welk een klank was er plotseling in haar stem, welk een fijne ternauwernood bedekte ironie? Aha, het landoranjeappeltje vat zijn openhartigheid verkeerd op. Dat mag zij. Hem is alles onverschillig, daarom zwijgt hij ook.

Daar ligt het huis vóór ons, zonder iets te vermoeden van hem, die het nadert! ' gaat Erika met fijnen spot voort; zij voelt zich plotseling geprikkeld, den onhoffelijken man te toonen, dat men er niet op gesteld is, de bliksemafleider voor zijn slechte luimen te zijn. In het diepst van haar hart is zij het met hem eens, in zijn eerlijken tegenzin tegen Ellerndörp ziet zij een teeken van karakter en moed, maar desniettegenstaande verlangt zij ook van een man eenige zelfbeheersching tegenover een dame. Daarom betaalt

zij hem met gelijke munt.

Fataal! er waait niet eens een vlag van het dak. zij" zou voor een mensch ten minste een stukje van den hemel hebben bedekt, zoodat hij er met zoo eindeloos als gewoonlijk uitzag. En de wachthonden zijn er, helaas! ook niet. Zij zouden wat leven aan de plaats

geschonken hebben!

Weet gij niet, Mejuffrouw! dat het een erge schending van het gastrecht is, met een vreemdeling den

snot te drijven?"

„Weet gij niet, Mijnheer! dat het nog een ergere

Sluiten