Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schending van het gastrecht is, den gastheer op de uitgezochtste grofheden te onthalen?"

Thans bleef hij staan en staarde haar met groote oogen aan. Daarop barstte hij eensklaps in een luid gelach uit en stak haar haastig de hand toe. „Pardon, Juffrouw Erika, dwaas die ik ben, ik dacht hier aan het einde der wereld te wezen, en zie tot mijn verbazing, dat de tongetjes hier geoefender zijn, dan in de residentie. Gij hergeeft me mijn gelatenheid, welke zich zonder wrok in het onvermijdelijke schikken moet. '

„Zóó is het flink!" Het jonge meisje knikte hem met schitterende oogen toe: „Zich door een noodlot te laten verbitteren, is het voorrecht der alledaagsche menschen, maar een noodlot met waardigheid te dragen, dat is de kunst der kunstenaars, der echte kunstenaars van Gods genade."

Hij laat andermaal zijn verrasten blik op haar rusten, hij ligt den hoed van het hoofd en strijkt met de hand over het voorhoofd. „Ik meen, dat juist de echte en groote kunstenaars het meest gerechtigd zijn, over onverdiende krenking en onderwerping van hun

genie te morren."

„Het ware genie vindt steeds den weg tot het licht, geesten laten zich niet in ketenen slaan en de kunstenaars gelijken in zeker opzicht op het uitverkoren volk des Heeren; hoe meer zij verdrukt en vervolgd worden, des te zegevierender breiden zij zich uit, zij, hun roem en hunne verdiensten."

joël glimlacht, zooals men over het onbeduidend gesnap van een kind glimlacht.

„Gij vervult op dit oogenblik wel een weinig de rol van een echo, mijn juffertje, en herhaalt de woorden, welke een blinde van de kleur sprak. Ontneem aan een kunstenaar zijn werkkring, zijn aansporing, den grond en bodem, waaruit hij, den wijnstok gelijk, sap en kracht voor edele vruchten zuigt, en zie dan, wat er aan zulk een ongelukkigen, ontwortelden stam blijft. „Volgens mijn oordeel moet menig plantje zich met

5

Sluiten