Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorspronkelijke soort geleek. Een pinscher-kop met venijnig fonkelende oogen zat op een cilindervormig mops-lichaam, dat op zijne beurt door ontzettend kromme das-pooten werd gedragen. De staart deed levendig aan den grootvader Spitz denken, en de kleur van het geheel was zoo eigenaardig, dat zij met elke inlichting den draak stak.

Maar moeder Hagen had op haren jaardag Ali, jammerlijk kermende, vóór de huisdeur gevonden, en, minder nieuwsgierig dan eens Elsa van Brabant, nooit naar zijn afkomst gevraagd, maar het lieve dier met al de teederheid van een moederhart aan de borst gedrukt.

Toen zat Ali er warmtjes in. De huishouding der Hagens draaide om „den kleine". Hij kreeg zijn bed, zijn dek, zijn flesch, om kort te gaan alles, waarop goed verzorgde zuigelingen aanspraak maken. Vrouw Doortje ging met hem op den arm uit wandelen en vader Christiaan sneed voor hem het mooiste speelgoed, radertjes, muisjes, katjes, ja, de verblinde pleegouders versierden voor hem met Kerstmis zelfs een boomtje met de heerlijkste worstjes.

Dat het karakter van mijnheer Ali onder dergelijke omstandigheden zich niet in normaal hondschen ootmoed en bescheidenheid kon ontwikkelen, lag voor de hand, en weldra kwam het gansche dorp in opstand over Ali's onbeschoft gedrag.

Hij kefte en blafte vijandig tegen iedereen, verscheurde broeken en jassen der voorbijgangers, beschouwde eiken tuin als zijn gebied, dat hij naar hartelust kon omwoelen, en koesterde niet de minste achting voor de liefste en dierbaarste huiskatten, wel te verstaan, zoolang hij nog slank, jong en vlug was.

Bovendien was hij lafhartig, snoepachtig en arglistig, roofzuchtig en oneerlijk, zoo juist wat men een mauvais sujet noemt.

Maar de ouders Hagen hielden van hem, en vader Christiaan en moeder Doortje hadden in Ellerndörp een groot woord.

Sluiten