Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloemteekening wit afsteekt. De jonge dame werkt evenwel niet. Zij heeft de handen om de knie gevouwen en staart met groote, schier vrome oogen op de viool. Joël ligt terzijde op de met mos bedekte bank.^

Het zachte zijden kussen van Mevrouw Koltitz, „sluimerkussen" genaamd, steunt zijn hoofd.

Knap is hij, de luistervink moet het tegen wil en dank erkennen. De donkere lokken liggen diep op het voorhoofd, de krachtige oogen vonkelen als een hellevlam, en het bloed schijnt rood en vurig door de bruinachtige huid. Slank en lenig is zijn gestalte, aan de blanke handen draagt hij ringen, uit welker steenen bundels licht schieten, als hij den strijkstok snel beweegt.

Hij speelt. Mooi klinkt het niet, Doortje kan geen enkele melodie herkennen, eenmaal slechts had zij gemeend, dat er „Heil dir im Siegerkranz zou komen, maar niet eens dat eenvoudige lied doet hij weerklinken, het gaat weer verloren in een waren heksensabbat van trillers, gesjirp en gekrijsch!

„De eerste passage vóór de finale!" duwt hij er tusschen de tanden door uit.

Erika knikt en zet een verrukt gezicht, wijl hij haar vragend of veeleer uitdagend aanziet.

Daarop begint het gespeel opnieuw; afschuwelijk. Moeder Hagen doet zich flink aan de kruisbessen te goed. „Zóó of zóó, buikpijn krijg ik toch in elk geval!" philosopheert zij gelaten.

Joël houdt eensklaps op, veegt met den fijnen zijden zakdoek over het voorhoofd en droogt de handen af. „Zoover is hij in ruwe trekken geschetst. Ik zou gaarne het thema van het eerste bedrijf er nog eens invlechten."

„De aria der heldin?"

„Neen, het leidend motief uit het ensemble!" „Welk?"

Hij grijpt andermaal naar de viool en speelt opnieuw. Dezen keer geeft hij zich niet zooveel moeite; het klinkt zeer zwak en afgezaagd en maakt op vrouw Hagen volstrekt geen indruk. Zij kan er zich over

Sluiten