Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wijde broeken uit „allerlei stof" waren, voor zooverre zij niet reeds door den tand des tijds bedenkelijk afgeknaagd waren, tot aan het lijf opgestroopt, de buizen en vesten lagen op den oever, en zoo ongedwongen en vormeloos vloog de schaar der vijf- en zesjarige ventjes overmoedig op de natte weide rond, tot Fritsje in het zweet zijns aanschijns de driftkoppen had geleerd, uiterst behoedzaam te loopen en te loeren en te grijpen, zooals de kreeftenvangst dat vereischte.

De kleinen leerden het snel, en daar zij het eenvoudig tot een eer moesten rekenen, door den ouderen makker „geduld" te worden, moest elke buit in diens uit wilgentakken gevlochten korf afgeleverd worden. Dat was voor Fritsje de schadeloosstelling daarvoor, dat hij de „kleine broekmannetjes" de onderscheiding verleende, van zijn gezelschap te genieten. Volijverig, roofzuchtig en tuk op buit als de kleine schaar was, was haar blik zoo geheel op de aarde gericht, dat zij noch het opzetten van de bui, noch de nadering van hunne jonge landvrouw bemerkten.

Fritsje was de eerste, wien de schrik deed verstijven, toen hij, even opkijkende, het lichte kleed van Erika vóór zich zag fladderen.

Wat te doen, om den schijn van de misdaad af te wenden ? Deed zij mededeeling van het verboden handwerk, dan zouden er duchtig klappen vallen, en de naakte „visschersbeenen" der kleinen verrieden alles.

Fritsje stond verstijfd, terwijl hij de oogen als bezwerende en betooverende op de huiveringwekkende gevestigd hield, die met den stormpas naderde.

Den mondhoek scheef trekkende, commandeerde hij, met gedempte stem achterwaarts sprekende, zijne bondgenooten, die achter hem rondplasten, kort en krachtig: „Jongens, trekt de broeken neer! de juffrouw komt!"

En daarop stond hij opnieuw stokstijf en wachtte met hevig kloppend hart hare nadering. Zich uit de voeten maken konden zij niet meer, het ging hun als

Sluiten