Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoven de jonge misdadigers uit elkander, de hemdjes fladderden door brem en heidekruid, in niet tegen te houden vlucht naar de bescherming aanbiedende woningen. . . .

Ook Erika ijlde naar het landhuis. Zij lachte, zij jubelde te midden van den storm, zij hief vol onbeschrijfelijke zaligheid de handen in de hoogte, alsof zij de gansche wereld wilde omhelzen.

Den schrik wegens de kleine deugnieten in hunne hemdjes had zij volkomen vergeten, slechts ééne gedachte vervulde haar, helder, krachtig, verblindend, als de bliksem aan den hemel! Karla! Karla ! Thans had zij den operatekst gevonden, welken zij zocht, niet in de bonte, luidruchtige wereld daarbuiten, neen, op de door de zon beschenen heide, bij den aanblik .van een kind met donkere lokken, dat met zijne driest flikkerende oogen een raadsel had opgelost, hetgeen Erika als door instinctmatig zoeken en vorschen naar buiten in den onweersstorm had gedreven. De eerste droppels spatten in het verhitte gelaat van het jonge meisje, en toen zij op het open plein vóór het landhuis verscheen, zag zij de ouders, Joël en Wigand reeds vol angst naar haar op den uitkijk staan.

Landen liep juist de terrastrap af, om haar tegemoet te gaan. Hij had haar mantel op den arm en een parapluie in de hand. Joël stond gelaten en keek hem na. Hij hield er niet van, zijne verlakte schoenen in den regen te bederven, Wigands vetleeren behoefden niet ontzien te worden.

Erika weerde Wigand lachend af, toen hij beproefde de parapluie boven haar hoofd op te zetten.

„Dank je, duizendmaal, waarde neef! Ik ben reeds zoo doornat, dat er geen droge draad meer aan mijn lichaam te beschutten valt!"

Hij wikkelde haar desniettegenstaande voorzichtig in den mantel. Zijn eerlijk gezicht toonde, dat hij zich ongerust over haar had gemaakt, doch hij zeide geen woord.

Sluiten