Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtig trekkende hand. „Geduld, nog slechts korten tijd geduld, het zal alles in orde komen, ik bezweer het je!"

Hij nam met een gemengde aandoening van stoutmoedigheid en begeerte haar kopje tusschen de handen en boog zich nader, gedurig nader tot haar over. Zijne oogen brandden in de hare, zijne lippen neigden als in onbewust verlangen naar haar rooden mond. „Erika," murmelde hij, „mijn Muze, mijn heldere Genius! Geen glans der maan, geen door tintelende sterren verlichte zomernacht is in staat me te bezielen, maar jij, jij kunt me liederen en klanken in de ziel kussen, welke als de liefdesverklaring van een Siegmund deze woestenij als een paradijs aller gelukzaligheden prijzen!"

Hij wilde de sidderende tot zich trekken, maar Erika doodsbleek wordende wrong zich los en trad, diep ademhalende, een schrede terug. Hare oogen schitterden, zij drukte de handen tegen de borst.

„Tusschen de Muze en haar door God begenadigden jonger, staat een heilig altaar, stoot de kunstenaar dat ter zijde en minacht hij de witte leliën der onschuld, ontvlucht ze. Ja, Joel, ik wil je Muze zijn, die je, zoo God wil, tot overwinning en roem leidt. Maar je moet geduld hebben, moet vertrouwen en gelooven; alleen hij, die de doornen kweekt, zal rozen oogsten!"

Zij knikte hem glimlachend, met bevende lippen toe en vloog als een lichte schijngestalte de trap op.

Met somber saamgetrokken wenkbrauwen staarde hij haar na, wendde zich brusk om en ging heen.

In de schaduw der trapleuning evenwel stond Wigand en sloot de oogen, als een man, die den afgrond niet zien wil, welken hij tegenwaggelt.

Na dit uur bestond er voor hem geen geluk en geen hoop meer op de wereld.

De zomernacht had zijn met sterren bestikten mantel liefdevol over de slapende wereld uitgespreid.

Sluiten