Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dörpsche boerinnen waren meedoogenloos, zij sloegen de deuren voor haar toe en gaven vrouw en kind aan het verderf prijs.

Toen werd de vreemdelinge schier krankzinnig. Zij drukte den knaap tegen de borst en sloeg den weg naar het meer in, om met haar kind den dood in den vloed te zoeken.

Een hand greep haar en trok ze driftig met zich voort! „Kom, ik kan je niet aan je lot overlaten! De lieve God in den Hemel zal mijn huis niet straffen, omdat ik een ellendige te hulp kwam."

Een slanke jonge vrouw nam haar met zich in haar armzalig huisje.

En God strafte haar huis niet. De blonde, roodwangige Marieke verpleegde het kind der vreemdelinge vol opofferende trouw en teederheid en wekte daardoor een hartstochtelijke dankbaarheid en liefde in het hart der moeder.

Beide vrouwen werden door vriendschap aan elkander verbonden. Marieke met haar eenvoudig, weinig spraakzaam karakter, Karla met de haar eigene opbruisende, buitensporige gevoeligheid.

Marieke was de vrouw van Peter Olfen. Haar man was alles en niets. Hij was een handig mensch en had veel geleerd, zonder in iets volharding te toonen. 's Zomers arbeidde hij in Ellerndörp op zijn kleine bezitting, welke hij door het huwelijk met zijne vrouw verkregen had. 's Winters dreef hem zijn onrustige aard naar groote steden, om daar, waar de gelegenheid zich opdeed, geld te verdienen.

Peter Olfen was een mooie, prachtige man, en Marieke beminde hem, op hare manier, stil, innig, tot in den dood. Aanvankelijk had zij hem vergezeld, maar het leven voor twee was daarbuiten te duur,' daarom bleef zij voortaan thuis. Jarenlang was de echt kinderloos gebleven, thans stond er tot Marieke's grenzenlooze zaligheid een wieg gereed. Als de boomen weder bloeien ja dan!...

Sluiten