Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karla vertelde ook hare lotswisseling. Zij was zangeres aan een klein tooneel in de residentie. Een beeldschoone, blondlokkige coulissenknecht had het haar aangedaan, zij trouwde met Frits Deinhardt. Hij was evenwel een onrustig gezel, hij zwierf veel rond, liet haar dikwijls weken, maanden lang alleen, en sedert den laatsten zomer had zij volstrekt niets meer van hem gehoord. Dolzinnige haat, gloeiende wraaklust overmeesterden haar. Een toeval verried haar, dat Frits zijn weg naar Ellerndörp of een dorp in de buurt had genomen. Zij nam haar kind en besloot, hem op te zoeken. Onderweg werd de knaap ziek, en de onbarmhartige vrouwen van Ellerndörp vuurden den haat in het duister gemoed der verlatene aan.

In het dorp wist men niets van een Frits Deinhardt, ook in ■ den omtrek had men dezen naam nooit gehoord. Karla werd razend, de duivel sloeg haar de klauwen in het hart. Wraak, wraak, wraak aan hem en aan de vrouwen van Ellerndörp.

Zij bleef bij Marieke en zij smeedde haar plan. Mooi was zij, mooi en eigenaardig, zooals men in het heidedorp vóór dezen geen vrouw had gezien.

De mannen begonnen hoe langer hoe meer naar het venstertje te zien, waarachter hen de zwarte oogen van Karla, lokkend en verleidend als een tooverheks tegenvlamden.

Toen werd de vreemde vrouw een Lurley, zij trok de mannen tot zich, zij maakte hen het hoofd op hol, zij rukte hen uit de armen hunner vrouwen, oneenigheid, haat, vijandschap en tweedracht slopen door de deuren, welke men vroeger voor de beangste moeder zonder erbarming had toegeworpen.

Karla wreekte zich.

Hoe meer zij de mannen tot zich lokte, hoe meer zij partij voor de vreemdelinge trokken.

De vrouwen bestormden Marieke met toornige bedreiging, dat zij de zwarte heks en haar jongen de deur zou wijzen, maar de vrouw van Peter Olfen had

Sluiten