Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beiden lief gekregen, zij had den moed niet, hen uit het huis te stooten, en dat te minder toen Jurgen Geviert had verklaard: „Jaag jij hen weg, dan neem ik ze!"

De boerinnen legden Marieke het vuur na aan de schenen, door te beweren dat de goddelooze duivelin tot dank ook haar Peter aan zich zou lokken, als hij thans huiswaarts keerde; daarop vond Karla haar weldoenster in bittere tranen, en toen zij de reden hoorde, viel zij de vriendin hartstochtelijk om den hals. Zij hief de hand ten hemel en zeide: „Nimmer, Marieke, nimmer, ik bezweer 't je bij het hoofd van mijn kind!"

't Was op een lenteavond. De nachtegalen sloegen in de vlierstruiken, en de maan scheen aan den hemel. Karla stond vóór het venster en keek nieuwsgierig in Marieke's stulp, men had haar toch gezegd, dat Peter Olfen was teruggekeerd. En toen zij den man zag, aan wiens hals de blonde vrouw tranen van jubelende verrukking weende, dien zij met zaligen blik de wieg wees, zakte zij als door den bliksem getroffen ineen. Peter Olfen was haar trouwelooze minnaar, Peter Olfen was Frits Deinhardt. Toen stortten hemel en aarde boven haar in.

Vernam Marieke het ontzettende nieuws, klaagde zij den misdadiger bij zijn wettige vrouw aan, dan zou dat de dood der lijderes zijn. En zij had haar trouw gezworen, haar, die alles voor haar gedaan had, die zich harer had aangetrokken, toen allen de wanhopige verstieten. Een wilde, ontzettende strijd der vertwijfeling, daarop is Karla nog eenmaal naar haar kind geslopen, heeft het gekust en aan haar hart gedrukt, en toen is zij naar buiten gegaan in den stillen nacht.

Den volgenden morgen heeft men haar uit het meer opgehaald, en toen men ze vóór Peter Olfen had nedergelegd, heeft de sterke man zich op de knieën geworpen en het uitgeschreeuwd als een razende. Toen hij weder wildfe opstaan, was hij als gebroken naar lichaam en ziel, en is het zijn leven lang gebleven.

Sluiten