Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst na twee jaren, toen hij kwam te sterven, heett hij het voor den predikant en zijn vrouw gebiecht, waarom de zwarte Karla in het meer was gesprongen.

Marieke heeft Frits gehouden als haar eigen kind, hij is met de kleine Hanna als broeder en zuster opgegroeid.

Aldus verhaalt men elkander in het dorp.

Erika's gloeiende fantasie had zich van dit feit meester gemaakt en het opgesierd met de tooverbloesems eener rijk bloeiende poëzie.

Karla werd een vrouwengestalte, die, vol sombere hartstochtelijkheid, vol overwelgende, van haat doortintelde liefde, een machtigen indruk maken moest.

Uit de diepte van het volksleven geput, vol kunstenaarskracht opgesteld, schiep het meisje een werk, dat ternauwernood de muziek behoefde, om de kunstwaarde te verhoogen.

HOOFDSTUK VIL

Zoo helder en lang in Erika's kamertje het licht brandde, zoo donker bleef het achter de vensters in Wigands kamer.

Zij waren evenwel ook geopend, en de frissche nachtlucht streek als een zacht zuchten om het voorhoofd van den jongen man, die het zwaar en vol zorgen met de hand ondersteunde.

Vóór zijn geestesoog zweefde nog altijd het beeld van Erika, zooals hij het daarstraks met een bloedend hart had gezien.

Zoo kan liefde, de zaligste, grenzenlooze liefde alleen een menschelijk gelaat verheerlijken, zoo kan een meisjesoog alleen den man toelachen, wien het haar gansche ziel geschonken heeft.

En deze man was Joël. Gelukkig, benijdenswaardig

Sluiten