Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was hij zijn geheele leven geweest, een lievelingskind van het geluk, dat hem alles zonder eenige moeite in den schoot wierp, wat zijn hand en zijn hart begeerde. Zijn hart! Begeerde inderdaad zijn hart de liefde van dit rechtschapen, kuische kind, dat met zoete huivering voor zijn kus terugschrikte, evenals een ree instinctmatig het vergiftige kruid ontwijkt ? Zij bemint hem, bemint hij evenwel ook haar?

Dat is het, wat den eenzamen man kwelt, waarover hij vol zorg peinst, zonder troost en rust te vinden. Niet, dat hij het geluk verloren heeft, snijdt hem zoo wee en pijnlijk in het hart. Zijn bescheidene onbaatzuchtigheid verlangt niets voor zichzelf, hij heeft het jonge meisje lief, zooals de zon, de lente, zooals het lied der nachtegalen, welke verrukken en gelukkig maken en toch eeuwig onbereikbaar zijn.

Maar hij verlangt daarentegen alles voor Erika, het beste, hoogste, volkomenste geluk.

En zal, kan zij dat ooit aan Joƫls zijde vinden ? Och, dat hij haar zijne helderziende oogen kon geven!

Hij heeft den pleegbroeder lief gehad, bewonderd en vereerd, hij heeft hem nog lief, maar bewonderen en vereeren kan hij hem niet meer. Hij is geen licht te verblinden en misleiden knaap meer, hij beoordeelt Joel thans met het verstand en den scherpen blik van een man, die door alle sluiers van hartelijke genegeneid toch de waarheid ziet, een niet-schoone, treurige waarheid.

Meent de luchthartige, onbestendige man het eerlijk met zijn hofmakerij? Waarom vermijdt hij het dan in het bijzijn der ouders of van een derden persoon Erika ook maar met de geringste onderscheiding te behandelen of woorden tot haar te spreken, welke meer uitdrukken dan koele hoffelijkheid, en waarom loopt hij haar desniettegenstaande overal na, waarom omringt hij haar met de verleidelijkste en hartstochtelijkste ontboezemingen, als hij met haar alleen is?

Schaamt hij zich daarvoor tegenover anderen?

Sluiten