Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Landen legt de pen neder. Zijne omschaduwde oogen staren den spreker aan.

„Naar het spoor?" herhaalt hij werktuigelijk.

Joël werpt zich op een stoel en vouwt met zenuwachtige haast een brief open.

„Hier, zooeven ontving ik bericht van Mama, ik moet onmiddellijk thuis komen, de oude is ziek."

„Oom . . . Oom ziek?" Wigand staat op en grijpt verschrikt naar den brief.

Joël steekt hem in zijn borstzak. „Pardon, Mama schreef voor mij alleen."

Landen drukt de tanden in de lippen en treedt koel achteruit. „Wat scheelt je vader?" vraagt hij.

Joël haalt de schouders op, springt overeind en loopt naar het venster. „Een lichte aanval van beroerte," zegt hij losweg.

„Een aanval van beroerte!" — Een ijskoude rilling vaart door de leden van den jongen landhuishoudkundige. Hij weet, wat dat bij een man van den leeftijd van den Geheimraad en van een volbloedigheid als de zijne, zeggen wil. Vermoedt Joël het niet? Hij ziet er niet naar uit, dat de angst over het leven van den vader hem verteert, integendeel, zijne oogen fonkelen als in triomf en voldoening, en zijn gelaat is vuurrood, alsof het ongeduld hem het bloed naar de wangen jaagt. Een gevoel van innige verachting maakt zich van Wigand meester, en zijne oogen zien scherp en tot in het hart van den pleegbroeder.

„Ik zal oogenblikkelijk laten inspannen," antwoordt hij somber. „Je kunt den trein gemakkelijk halen. Ik zou je gaarne, zeer gaarne vergezellen."

Joël maakt een korte beweging met de hand. „Dank je, Wigand! 'tls volstrekt niet noodig, zoo erg zal het wel niet zijn. Mocht het afloopen, dan zul je wel bij de opening van het testament moeten komen; voor zoover ik weet, heeft Vader je een legaat vermaakt."

Landen kan niet antwoorden. Hij weet dat, zoo hij thans de lippen openen wilde, het zou zijn voor een

Sluiten