Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord van de meest onbegrensde verontwaardiging. Dat wil hij evenwel den kranke niet aandoen, dat hij den zoon, ook in vijandschap met den broeder, moet achterlaten.

Hij weet, dat de Geheimraad alles van zijn invloed hoopte. Daar Landen zwijgt, keert Joël zich weder naar hem toe. „Ik zal nu gaan pakken; mocht ik van de familie Koltitz geen afscheid meer kunnen nemen, dan verzoek ik je, haar mijne groeten over te brengen, ik schrijf onmiddellijk uit de residentie."

Met groote oogen staart Wigand hem aan. Zul je Erika geen vaarwel zeggen?" brengt hij er met moeite uit.

De ander knijpt de oogen toe. „Waarom juist van Erika?" vraagt hij gerekt.

Daarop stijgt er een gloeiendroode blos naar de slapen van Landen. „Je vraagt; goed, ik zal antwoorden, en ik meen, dat wij in dit uur openhartig tegenover elkander moeten zijn. Ik was gisterenavond onwillekeurig getuige van je onderhoud met mijn cousine."

Joël keek onverschillig op. „Nu, wat verder?"

„Wat verder? Je wildet ze kussen!"

„Ik wilde?" — Hij lachte zacht. „Dat verbeelddet je je zeker, omdat ik me wat diep tot het lieve, kleine ding overboog. Ik noemde ze mijne Muze! Zij was het ook. Erika was de eenige ziel, die mijn ballingschap verhelderde, daarvoor was ik haar dankbaar, en de dankbaarheid van een vurig kunstenaar ziet er in uwe oogen wellicht iets donkerder uit, dan zij is."

Wigand hield even de hand boven de oogen, als hinderde hem een schel licht.

„Dankbaarheid, slechts dankbaarheid," mompelde hij diep ademhalend.

„Dacht je, dat ik meer voor haar voelde?"

Geen antwoord.

Nu slaat Joël driftig den arm om den pleegbroeder. „Wigand," zegt hij, op hartelijker toon, dan ooit te voren: „Je schijnt mijn omgang met Erika bepaald

Sluiten