Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

frivool, zoo je wilt, ik duld het! Mijn vrouw moet de schitterende, mij in alle deelen verheffende en dragende foelie zijn, welke mijn naam en mijn positie behoeft. Mooi, vol tintelenden geest, hoogst origineel en aanlokkend, moet zij met mij de trotsche vlucht naar de zon nemen. Ik heb een zwak voor kunstenaressen, licht mogelijk, dat mijn ster hare stralen met die van een andere verbindt. Ik ben ijdel, ik wil een vrouw erlangen, die een rol in de wereld speelt, die men mij benijdt! Als de Genius moede en mat zal worden, helpt hem geen koel bronwater als de kleine Erika, maar een gouden beker vol vurigen nectar, welke in staat is, elke zenuw in koortsgloed te brengen. Buitendien," — Joel streek ironisch zijn donkeren knevel — „leg je een zeer bescheidenen maatstaf aan mijne nobele hartstochten aan, als je meent, dat Erika's vermogen aan mijne eischen zou voldoen! Ik ben zelf rijk, ik ben gewoon, me in geen enkel opzichtte bekrimpen; datzelfde verlang ik van mijn vrouw, het moet zóó met haar gesteld zijn, dat zij ook haar persoon en haar huis met den stralenkrans van degelijke pracht kan omgeven, welke nu eenmaal onvoorwaardelijk noodig is, indien men in de wereld van zich wil doen spreken. Ziezoo, nu weet je bescheid, mijn goeie jongen ! Ik zal voor Erika steeds mijn oprechte vriendschap bewaren, want zij heeft me mijn verblijf in dit ontzettende nest zoo dragelijk gemaakt, als het in haar vermogen was."

„Je denkt feitelijk ons voor goed te verlaten?"

„Voor goed. Mijn vrijheid geeft me toch eindelijk, eindelijk ook mijn vrijen wil terug!"

„Is het zoo erg met den armen oom? God in den Hemel, hoe ontzettend!"

„Ontzettend? Ja nu, hij is een oude man en heeft zijn leven genoten." Een harde uitdrukking lag om de lippen van den spreker. „En wanneer de mensch voor zich en de zijnen onbruikbaar en onverdragelijk begint te worden —"

Sluiten