Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Joel!"

Het klonk als een gil. Eikhoff schudde driftig het hoofd. „Genoeg, genoeg, we zijn niet uit hetzelfde deeg gebakken en jij hebt niet doorstaan en doorworsteld, wat ik in de laatste jaren moest lijden." Hij rukte zijn horloge voor den dag en liet het met edelgesteenten bezette deksel openspringen. „Thans is het ten hoogste tijd. Binnen een uur moet het rijtuig gereed zijn. Met het pakken ben ik gauw klaar, desnoods kun jii of Erika me het vergetene achterna zenden. Ik zie je toch nog? Als ik tijd heb zal ik welstaanshalve van mijne gastvrienden toch nog maar

afscheid nemen."

Wigand antwoordde niet, hij wendde zich eensklaps naar de deur en liep met dreunende stappen naar de binnenplaats. Zijne lippen trilden, alsof hij lichaamspijn leed. ((

Ten hoogste ontsteld, stond Erika vóór den jongen Eikhoff, die, geheel reisvaardig, haastig in de kamer was getreden en met korte, overstelpende woorden zijn plotseling vertrek ophelderde.

Doodelijke bleekheid lag op het liefelijke meisjesgelaat en deed zelfs de frissche lippen haar kleur verliezen, maar desniettegenstaande drukte zij met stralenden blik de handen tegen de borst en fluisterde: „Ofschoon het ook een zeer, zeer treurige oorzaak is, welke je huiswaarts roept, hoop ik toch, dat God geve, dat de ziekte je vader tot andere gedachten zal brengen, zoodat hij nu zelf den wensch koestere, je voortdurend in zijn nabijheid te hebben.

Joel haalde met een zonderlinge uitdrukking op het gelaat de schouders op. „Mama is zonder twijfel ook daarvan overtuigd, doch ik ben een te erge pessimist geworden, om zulk een blijde hoop te koesteren .

„Hoezeer het me voor ons spijt, je te verliezen, zoo hartelijk zou ik me toch voor je toekomst er in verheugen, indien je tegenwoordigheid in de residentie voortdurend door je vader werd gewenscht en gebillijkt.

Sluiten