Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de oogen uit het hart. De wispelturige Joël zal nimmer tijd en lust hebben, om een briefwisseling met een jong meisje te onderhouden, dat hij eenvoudig een korten tijd gehuldigd heeft, omdat er zich volstrekt geen amusanter verkeer opdeed. — Uit verveling! Erika was de inhoud eener korte levensepisode, welke Eikhoff zoo snel mogelijk in zijn herinnering uitwisschen zal, omdat zij hem zoo in de hoogste mate onaangenaam is geweest.

En dat zou de beste en gelukkigste oplossing van het dreigend conflict zijn.

Wigand denkt met op elkander gebetene tanden aan de mogelijkheid eener briefwisseling tusschen de

beide jongelieden.

Wat moest hij dan beginnen, om de gevaarlijke werking van zulke minnebrieven, welke gewetenloosheid en lichtzinnigheid zou ingeven, te vernietigen? Heeft hij het recht, Joël het schriftelijk verkeer met de

cousine te verbieden?

Neen, evenmin, als dat hij kon beletten, dat hij haar het hof maakte. Eikhoff was te voorzichtig en te geslepen, om een aanleiding te geven, hem nadrukkelijk ter

verantwoording te roepen.

„Bijna" gekust! Zijn verdienste was het waarlijk niet, als hij dit „bijna" thans als schild en verweer vóór zich kon houden. „Bijna' is geen feit en dit alleen geeft recht, een dief van eens andermans geluk ter

verantwoording te roepen.

Wigand heeft de van toorn trillende vuisten uitgestrekt, om den ellendeling te grijpen, die tot tijdverdrijf met meisjesharten speelt, maar de tegenstander ontrukt zich aan hem, glad als een aal, en geeft hem spottend ten antwoord: „Of ik haar bemin, wat gaat het jou aan? En of zij mij bemint, waar bekommer je je over?"

Neen, het minnen kan hij geen hart verbieden, en een man, die nog slechts om zijn huis sluipt en het alleen met begeerige blikken aanziet, kan hij nog niet als inbreker voor het gerecht roepen.

Sluiten