Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, Oom, ik bemin haar, meer dan mijn leven, meer dan mezelf, ik bemin haar tot in den dood!"

De armen van den ouden Heer tasteden met sidderende haast naar den spreker, hij wilde zich oprichten, de kracht begaf hem, zijn hand zonk slechts zwaar op hoofd van den geknielde. „Mijn zoon, mijn lieve zoon, ik zegen je! En daarop richtte hij zich weer driftig op. „Wigand, Wigand, zweer het me!"

Nu boog Landen zich voorover en vouwde zijne handen om die van den stervende. „Ik zweer u, Oom, dat ik alles, wat in mijn vermogen is, zal doen, om Erika gelukkig te maken!" Zijn stem trilde. „Zij moet gelukkig zijn, dat is uw wil, en ik, ik zal God den Almachtige bidden, dat hij over haar een volkomen geluk beschikke!"

Een korte, diepe stilte. Slechts een handdruk. Daarop fluisterde de Overste: „In mijn schrijftafel ligt een brief aan je, over een jaar moet je hem openen. En nu ga, mijn lieve, brave zoon, en roep mijn vrouwen kind, ik zou ze gaarne nog eens kussen."

Dat was een smartelijk, onbeschrijfelijk uur. Een afscheid nemen en scheiden, een troosten, vastklemmen en wanhopig snikken. Korten tijd sprak de Overste nog met volkomen helder bewustzijn, daarop raakte zijn denkvermogen in de war, fantasieën joegen hare woeste beelden door zijne hersenen. Hij zat weder te paard en voerde zijn regiment aan, de commando's waren schelle kreten, zijne bewegingen wilde schokken. En daarop leegde hij zelfs in de herinnering nog eenmaal den bitteren kelk, welke zijne laatste jaren vergiftigde, de ure, waarin men hem zijn ontslag thuis zond.

En ook deze laatste smart werd doorstreden. De zieke zonk terug in de kussens, minuten langf lag" hii roerloos.

En daarop wiegden zeker aangename, vreedzame liederen zijn vermoeid hart in rust, hij glimlachte, haalde diep adem, en langzaam, zeer langzaam verstijfde het gelaat onder de koele schaduwen des doods.

Sluiten