Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de eerste purperstreep den horizon omgloeide, lagen zijne handen koud en stijf in de bevende vingers zijner weduwe.

Erika stond aan het venster en liet het vermoeide, betraande, jeugdige gezicht tegen de glasruit rusten. Haar blik was in pijnlijke verwachting op den weg door de heide gevestigd, waarlangs de brievenbesteller

komen moest.

Sedert veertien dagen sliep de vader reeds in zijn stil kamertje bij den kerkhofsmuur. Vele, vele bloemen en brieven hadden den achtergeblevenen bewezen, hoe hartelijk men in hunne diepe droefheid deelde; ook Joëls moeder had een prachtigen krans met een rouwkaartje gezonden, van Eikhoff zeiven taal noch teeken. Erika drukte de handen tegen het pijnlijke hart en weende bitter.

HOOFDSTUK VII.

Wigand had vol opofferende trouw de belangen der beide verlatene dames geregeld, had haar met een dienstvaardigheid, welke als van zelve sprak, in de moeielijke dagen ter zijde gestaan en met ernstige bedachtzaamheid het beheer van het goed alleen op zich genomen. Alles ging den gewonen, ouden gang en Mevrouw Koltitz kwam in de eerste ontroering volstrekt niet op de gedachte, dat het anders zou kunnen zijn.

Toen zij langzamerhand aan hare verlatenheid gewend geraakte en over alles kalmer en helderder begon na te denken, overwoog zij ook de omstandigheid, dat het toch een harde en eigenlijk ondenkbare eiscli was, Wigand voor goed aan Ellerndörp te kluisteren. Een' zenuwachtige onrust maakte zich van de hulpelooze

Sluiten