Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beheerder daarmede een bankroet, dan is mijn arme Erika zoo goed als een bedelares."

„Ik blijf hier en waak over u en uw geluk!"

Mevrouw Koltitz wilde antwoorden en bedanken, doch zij zocht tevergeefs naar woorden. Elke gemoedsbeweging drong haar onmiddellijk de tranen in de oogen, en zoo drukte zij ook thans bitter weenende den zakdoek vóór het gelaat en waggelde, gebogen als een oude vrouw, de trappen van de veranda op.

Wigand had hare hand aan de lippen getrokken; hij bleef eerbiedig aan de trap achter, om tegelijk in de stallen te zien of alles in orde was. Hij verwachtte, dat Erika haar moeder zoude volgen.

Verrast wendde hij zich om, toen het jonge meisje roerloos naast hem bleef staan en keek onwillekeurig in het teedere gezichtje, dat, door den zwarten rouwsluier omgeven, bleeker dan anders scheen.

Als een bliksemstraal trof hem de diepe, onverklaarbare blik der blauwe oogen. Zóó had Erika hem nog nooit aangezien. Onbegrensde dankbaarheid, de warmste, uit het hart gewelde ontroering straalde hem, van onder de donkere wimpers, tegen.

Hij voelde, dat het bloed hem warm uit het hart naar de wangen steeg. Hij wilde spreken, maar het woord bestierf op zijne lippen, hij stond en keek haar in de oogen, als ware hij onder de macht eener betoovering.

Nu stak zij hem driftig de beide handen toe. „Wigand!" zeide zij met zachte, half verstikte stem, „jij trouwe, trouwe ziel!"

Zijn rechterhand omklemde de leuning der trap.

„Ja, Erika, ik ben getrouw," stamelde hij in de hoogste verwarring; „mocht je daaraan steeds gedachtig zijn, vooral dan, als je een trouwen vriend behoeft!"

En toen viel het hem eerst in, dat hij de kleine, hem toegestokene handen wel grijpen mocht.

Hij deed het, met een korten, krampachtigen druk, trok den hoed diep over het voorhoofd en verwijderde

Sluiten