Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot groote verbazing bediende Joël zich niet meer van papier met zwarte randen, niettegenstaande de Geheimraad eerst een paar maanden lang in het graf rustte.

Ook de rouw is aan de mode onderworpen, — wellicht gold het in de residentie niet meer voor chic, een gebruik te huldigen, dat zich met de lange reeks van jaren, gedurende welke het bestaat, heeft overleefd.

Zacht, seringkleurig schitterde het postpapier van den jongen Eikhoff, en Erika herinnerde zich onmiddellijk het feit, dat lila de kleur der zwaarmoedigheid was, tot de caprice van schoone vrouwen het onder den naam van „heliotroop of sering" tot kenteeken van jonge moeders heeft gemaakt.

Als bijzondere eigenaardigheid was het postpapier van den componist versierd met een gouden, grooten vioolsleutel, welke schuins in den linkerhoek van het blad was gedrukt, terwijl een zwerm zwarte noten, rustpunten en bassleutels, als een menigte van verschietende sterren, over het gansche papier was uitgestrooid.

Erika had nauwelijks tijd, om dit elegante uiterlijk van den brief te beschouwen, laat staan om het voldoende te waardeeren! Haar blik verslond den inhoud.

„Allerliefst bloempje Erika!" las zij met hevig kloppend hart. „Indien uw ongenade mij, armen zondaar, niet reeds sinds lang in het vagevuur tot stof en asch heeft verbrand, smeek ik u mij verlof te verleenen, u na langen tijd eens weder een uurtje gezelschap te houden! Het pompoenen-priëel zal wel reeds sinds lang ontbladerd staan en moeder Doortje in de kruisbessen geen „schuilhoek" meer kunnen vestigen, om als moderne Fafner x) den schat van Ellerndörp te bewaken ! Ik verbeeld mij, dat het bij de herfstachtig-grauwe dagen nog hopeloozer is dan anders in uw eenzaamheid, welke mijn geestige kleine mama, nadat ik aan hare zenuwen een nauwkeurige beschrijving van Ellerndörp gegeven had, het „dal des doods" betitelde! — Alzoo

') Fafner (Noordsche Fabelleer) bewaakte een kostbaren schat.

Sluiten