Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals gij wilt, zonder voogdijschap en onverbiddelijke willekeur van anderen! Wij, ieder voor ons, waren tenminste lotgenooten: de beide vaders vonden het naar hun smaak, ons levend te begraven! Het is doorstaan. Ik kan toch tot niemand zoo openhartig spreken, als tot u en mama, want gij alleen weet, wat ik geleden heb. Zulke wonden, welke de knoet slaat, heelen eerst met der tijd, maar de wereld verlangt tranen in de oogen van den treurenden zoon!

„Wij gaan, Gode zij dank, een tijd lang buitenslands ! Gij weet niet, hoe deze gedachte mij verfrischt en opwekt. Leen duivenvleugels en volg ons op classieken bodem!

„En nu vaarwel, voor langen tijd. Gij weet, dat ik een lui schrijver ben.

„Tot de opvoering der „Dorpslurley", tot wederzien! Ik verzeker u, Erika, een maneschijnscène bij de bron — sapristi, dat moet pakken! Groet uw mama en vriend Wigand; de laatste hoort eerstdaags door den „executeur" het verdere.

„Ik kus uw lieve kleine hand en ben steeds en standvastig geheel de uwe!

Joël. "

Erika liet de stijve bladen van den brief zinken en staarde met gloeiende wangen naar buiten in het stormgebruis van den herfst.

Wonderlijke gevoelens van verschillenden aard doortrilden haar.

Met afschuw en verontwaardiging vervulden haar de liefdelooze, lichtzinnige woorden van een zoon, wiens verbittering hem zelfs over het graf tegen den vader een wrok doet koesteren, omdat diens verzorgende

liefde zijne plannen dwarsboomde en toch Joëls

schoon, verlokkend beeld zweefde haar vóór oogen en verblindde haar. Onmiddellijk zocht hare liefde naar redenen ter verontschuldiging. Het streelde haar, dat de jonge man zich tegenover haar zoo openhartig

Sluiten