Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plooi tusschen zijne wenkbrauwen. Daar hij niet antwoordt, ijlt het jonge meisje verder. Sinds dien tijd zag men Erika nog zeldzamer dan te voren; zij hield zich het meest in hare eenzame kamer op.

HOOFDSTUK IX.

Mevrouw de weduwe van den Geheimraad Eikhoff lag in den gemakkelijker, schommelstoel vóór het open venster en ademde met alle kenteekenen van de grootste uitputting de heerlijke, balsemachtige lucht in, welke een zachte bries over de zee om het voorhoofd van den Pantokrater streek.

De blauwe, donkerblauwe zee, welke, met de onvergankelijke betoovering der Homerische poëzie saamgeweven, om de Jonische eilanden spoelt, dezelfde zee, welke eens den goddelijken lijder Ulysses door storm en zonneschijn heeft geslingerd, dezelfde eeuwig oude vloed, waarover de sluier eener Leucothea den schipbreukelingen tegenfladderde!

Hoe ontelbare menschenoogen hebben ze onder heilige siddering van verrukking en eerbied aanschouwd, hoevele uitgespreide armen zijn naar haar uitgestrekt, hoevele lippen hebben haar verrukt tegengejubeld, aangegrepen door de tooverkracht der romantiek, welke elke welriekende luchtgolf over den klassieken bodem van het oude Hellas draagt!

Mevrouw Eikhoff gevoelde in dit oogenblik noch bezieling noch het verheffend gevoel van het feit, Corfu's grond en bodem onder de voeten te hebben, zij verkeerde eenvoudig in een slechte, zeer slechte luim, en toen zij weder eenigermate tot krachten was gekomen, brak haar volle misnoegen in de heftigste woorden los. Joël!"

De geroepene verliet het naastbijzijnde venster,

Sluiten