Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwerm zoo ontzettend wilde, afschuwelijke duivels op het dek, dat iemand reeds bij het zien dier zwartharige bandieten het bloed stolt! En toen nu zelfs de vermetelste van die in lompen gehulde barvoeters zich op mijn bagage werpt, er zich zonder vragen van meester maakt en er mede van doorgaat —

„Toen nam de gemoedelijkheid een einde!!"

„Zeer zeker! — Moet een geciviliseerde dame er ook niet van rillen, zich te midden van zulk een woest, van de politie afkeerig gewoel verplaatst te zien — een geschreeuw, gestoot, gedreun .... oh — oh —!! het was te veel voor mijne zenuwen!"

„Gij ziet evenwel, mamaatje, dat die gewaande zeeroovers doodeerlijke lui waren! — Daar staan al uwe koffers en valiezen volmaakt ongeschonden !"

„Omdat ik krachtdadig optrad, — omdat ik den politieagent riep!"

„Gij riept hem in het schoonste Berlijnsch jargon, kleintje, doch, helaas! verstaat men het hier in Griekenland niet!"

„Ontzettende gedachte, dat men zich aan dit rooversvolk niet eens verstaanbaar kan maken ! Ik heb een gevoel, alsof ik in dit land geheel verraden en

verkocht word!"

„Werkelijk? — let eens op!" — De spreker drukte glimlachend op den schelknop. Na weinige minuten stond de kellner flink, netjes, onberispelijk in de deur.

„Waar zullen we soupeeren, kellner?"

„Verlangt u in de. zaal te eten.-1

„Neen, van avond hier in de kamer,"

„Dus a la carte? Ik zal u onmiddellijk de spijskaart brengen!"

„Halt, kellner, nog iets. Is er een kamermeisje in het hotel, dat Duitsch spreekt?"

„Om u te dienen! Wij zijn met ons achttienen uit Weenen. De eerste kellner is een Franschman, de tweede kellner is een Engelschman. Alle talen worden in het hotel gesproken."

Sluiten