Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-werpt snel een blik in de rondte. Een paar Engelschen -wandelen beneden op het plein en kijken ongegeneerd naar boven. Mevrouw Elly houdt daarvan en merkt het met voldoening op. Daar zij niet anders kan getuigen, dan dat zij goed heeft gerust, ontbreekt de aanleiding, om ook heden bij helderen zonneschijn op het arme Griekenland te schimpen. Zij vindt het hotel voortreffelijk, zijn ligging zeer amusant, de lucht hemelsch verkwikkend en aangenaam.

Alleen de koffie ontstemt haar eenigszins.

Joel heeft zich de aardigheid veroorloofd, voor zijn moeder een kop „Grieksche" gereed te laten maken.

Mevrouw Elly roert in het uiterst kleine kopje en buigt zich toornig voorover: „Goede hemel, hoe afschuwelijk! Het geheele kopje is zoo dik als modder!!"

De boosaardige zoon lacht dat het schatert. — „Vlinder, zet je! zingt hij, trekt het kopje vóór zich en ziet er oplettend in. „Gij hebt de golven hoog opgejaagd, mijn waardste, heb nu geduld, tot de beroering in het mokkakopje is gaan liggen. Vaar voorloopig, als ik u bidden mag, nog niet uit over dat chocoladeachtig brouwsel, dat ja inderdaad een kwaad, maar een oneindig verrukkelijk kwaad is! Als uw nachtrust u lief is, verslaaf u dan niet aan de „stille bedwelming" daarin, maar proef het teneinde het te leeren kennen! — Zoo, drink nu voorzichtig af!"

Mevrouw Elly bracht het lilliputtersche kopje, het koket met de pink ondersteunende, aan de lippen en dronk met kleine teugen. „Brr, hoe vergiftig en hoe zoet!"

„En toch is dit slechts een slokje métrio, een middelsoort. Wat dunkt u van zulk een drank na het eerste diné in ons vaderland?"

„Geheel iets buitengewoons — je hebt gelijk!"

„Dan brengen we tenminste iets nieuws meê naar huis!"

„Dat zou zeker te bescheiden zijn!" De spreekster keek ietwat bezorgd op: — „Ik hoorde je zooeven een

Sluiten