Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelooze verzen, — eentonige melodieën vol onuitstaanbare herhaling, zonder eenige muzikale oorspronkelijkheid, — dat waren kleftenliederen.

Joel is nooit zoo bitter teleurgesteld geweest. De koopman glimlacht. — «De muziek is een stiefkind in Griekenland, wie u hier kunstgenot op dit gebied heeft beloofd, heeft een laffe aardigheid verkocht."

Eikhoff is woedend.

Hij haat de geheele Grieksche natie en ontvlucht haar in de eenzaamheid. Vooruit naar den Acropolis! Daar eerst mag hij hopen een paar vreemdelingen, touristen uit beschaafde landen, te ontmoeten. — Eenzaam, doodelijk stil. Als uitgestorven ligt de ingestorte marmerpracht onder het gloeiendrood stralend licht

der avondzon.

joël heeft er geen oogen voor, met een donkere schaduw op het voorhoofd slentert hij in het Dionysustheater rond en zoekt een plaatsje, waar hij zich \ oor korten tijd rustig kan nederzetten. Ginds in de hoogte, tusschen de zuilen, waar een wilde pracht van ranken, slingers van bladeren en bloesems als een waaiend tapijt op de rots nederhangt, daar zal men goed kunnen zitten en op de zee nederzien!

Niet zonder moeite kloutert Joël tegen de marmerblokken op. En daarop zet hij zich slecht geluimd neder en overlegt wat hij nu beginnen moet, nog verder zoeken en vorschen, of uit eigen kracht aan de opera voortwerken?

Zijn blik glijdt over het in de zon schitterend reuzenblok aan zijn zijde, dat de vochtige, zilte zeewind met fijne bloesem vlokken heeft besneeuwd. I-etters! — Duitsche woorden! — Met vaste hand zijn zij met roode inkt op het marmer geschreven. Verrast buigt zich Eikhoff voorover en leest: „Aan den Duitschen reiziger, die evenals ik dit tooverachtigste van alle dichterpriëelen tot rustplaats heeft gevonden!" —- en daaronder in de versmaat der Odyssee: „Ik ben Daphne, de vreemde vrouw, door menige schranderheid onder de menschen bekend, en

Sluiten