Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de opera maar gecomponeerd en hij beroemd! Voortdurend heeter brandt de arbeid hem op de nagels. Maar de uitnoodiging op het marmerblok wekt hem op. Hij bladert eenigen tijd zenuwachtig in het notitieboekje en begint vervolgens noten te krabbelen. Hij componeert. Veel wordt het niet, maar toch wat.

Een kleine schrede nader. — En verder, verder dringt het hem, naar Corfu terug. Daar wil hij zich ernstig aan den arbeid zetten.

Drie weken in Athene! — welk een lange, verloren tijd! Nu op den terugweg Patras nog bezien en dan in den „Heiligen George" de Dorpslurley ten einde gebracht. — — Joël pakt andermaal zijn koffer en keert het onmuzikale Athene innig gebeten den rug toe.

Patras! — In het gloeiend purper der avondverlichting duikt het voor den blik van den reiziger op. De golven der zee omspoelen het en de witte marmeren huizen stralen uit donkere cipressenbosschen en de schitterende bloempracht van schier tropische tuinen als een fantastisch schilderij van Watteau of een „Arcadisch landschap" van Claude Lorraine.

Aan den horizon der zee trekt het eilandenrijk van Ulysses zijne tooverachtige lijnen tegen den hemel, en achter de stad strekt zich de vlakte uit als een langzaam zich verheffend tapijt, waarin de God Bacchus zijne met lentegroen getooide wijnstokken als een prachtig patroon geweven heeft.

Joël heeft niet veel gevoel voor de eigenaardige schoonheid der natuur, welke hem van de kust uit tegenlacht, hij haast zich om een goed hotel te bereiken.

Tot hiertoe heeft hij zich alleen op den breeden heirweg opgehouden, welke door duizenden reislustige menschen platgetreden wordt, zijn onbezonnen plan, zich zonder revolver in het binnenland te willen wagen, heeft hij nog niet uitgevoerd. Hij voelt daartoe ook al bijzonder weinig lust, want hij ziet het zelf in, dat een dieper doordringen in het oude Hellas alle doel mist, als men de taal niet in zooverre meester is, dat men de bewo-

Sluiten