Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldige reden, door van het „heden" — een „morgen" te maken.

Zelfs de Schikgodinnen zijn dikwijls blind en verloochenen hare vrouwelijke natuur niet. Ook zij vonden behagen in den schoonen jonger der kunst, dien het haperde aan energie, ook zij breidden langmoedig de handen onder hem uit en kwamen zijn traagheid te hulp. Zoo leidden zij zijne schreden naar Goedland, en toen de beide heeren den volgenden dag den smallen met bosschen bedekten hollen weg opgingen, vermoedde Joël het nog niet, hoe rijk aan gebeurtenissen en tegelijk hoe noodlottig die weg voor hem worden zou.

Niet dat ook thans nog de rooverhoofdman Lingo, een lastige patroon, van wien Consul Hamburger glimlachend vertelt, in deze bergpas loerde, zooals in het jaar 1869, ook niet dat hem daarin een dergelijk ongeluk dreigde als eertijds Professor Curtius, die op het gesteente uitgleed en een paar natte voeten haalde, — thans nog heet die plaats de „Curtius-val!" neen een gansch ander lot liet zijn sterretje over het hoofd van den jongen componist opgaan, öf een geluksóf een ongeluksster? Wie was in staat het vooruit te zeggen!

Zoo ooit een gastvrije Duitsche woning in Griekenland zijn deur voor een reiziger heeft geopend, dan was het die van den Heer Clausz.

Een bedwelmende geur stroomde uit de bloesems, welke als bonte reuzenruikers over den rand der vazen hingen, welke langs het breede bordes van het buitenverblijf stonden, toen Consul Hamburger zijn gast aan het echtpaar Clausz voorstelde.

De elegante, beschaafde en zoozeer indringende vormen van den jongen Eikhoff zouden nauwelijks noodig geweest zijn, om hem snel bekend te maken en thuis te doen zijn op Goedland; hij werd met warme hartelijkheid ontvangen, evenals een trekvogel in den vreemde met vreugde begroet wordt, dewijl

Sluiten