Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Rondom hem de schare der eerbiedig luisterende toehoorders. Zelfs de technische Directeur der inrichting, de eerbiedwaardige, brave Mijnheer Klipfel, die waarlijk geen oogenblik tijd te veel heeft en geen vriend van vroegen heilig-avond is, heeft zich om even te rusten op de steenen stoepleuning neergezet, om te luisteren. Zijn schrander, zeer energiek gelaat met den echten, rechten keldermeestersneus, staat zoo teeder en vroom als in de kerk, en als hij het kleine gezelschap ziet naderen, gaat hij den gast van zijn patroon tegemoet en fluistert: „Als nu de geest Gods over hem kwam, zoo nam David de harp" en speelde met zijne hand!"

Joel is een weinig verrast, doch Riedel fluistert hem schertsend toe: „Onze schriftgeleerde! Bijbelvast als geen tweede en steeds met een citaat bij de hand!

Rondom zaten en lagen de arbeiders en bedienden van Goedland. De vrouwen roerden met stomme vlijt de handen, naaiden, breiden en verstelden, terwijl de mannen in welbehagelijke rust hunne sigaretten rookten.

Rondom geen geluid; alleen de zoete liederen van Spiro Malia waaien droomerig door de zwoel-geurende lentelucht.

Zelden had Eikhoff een schilderachtiger tooneel aanschouwd, het werkt overweldigend en pakt zelfs hem. Ademloos staat hij en verslindt de melodieën, welke in gulden volheid uit de snaren ontspringen, evenals een onuitputtelijke bron, welker waterstralen elk oogenblik in andere kleurenpracht gloeien.

Het bloed stijgt hem vol duizelingwekkende verrukking naar de slapen, hij waagt het nauwelijks aan de mogelijkheid van zulk een ontzaglijke ontdekking te gelooven. Als de hand met den strijkstok voor een oogenblik uitgeput nederzinkt en de oogen van den bruinen klant als in dronkemansverdooving op den

Sluiten