Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vederen in den schoot blaast, opdat hij zich met eens anders eigendom tooie!

Het was een heete, uiterst heete zomerdag geweest. De krijgstoerustingen van den onbekwaamsten van alle Grieksche ministers Delijannis hadden te wapen geroepen, wat een geweer dragen en hanteeren kon! Akkers en wijnbergen lagen onbebouwd en verlaten, de mannen stonden in het Thessalische leger en de vrouwen en kinderen alleen waren niet in staat den dringenden arbeid te verrichten.

Ook de wijnbergen van Goedland ontbeerden de zorgende handen, welke thans juist allernoodzakelijkst bezig moesten zijn, zou de wijnoogst niet geheel mislukken.

Maar waar menschen vandaan te halen!

Jacob Klipfel stond en krabde zich bezorgd het hoofd, en Riedel smeedde het eene nieuwe plan na het andere, om het terstond weder als onuitvoerbaar

te verwerpen.

Daar sjokte iets den rijweg van Patras op. — Een afgewerkte knol trok de kar, welke voor hethek\an de binnenplaats stilhield. — Evenals een poedel het ongedierte van zich afschudt, zoo sprong, krabbelde en huppelde het eensklaps van onder het cassonato

voor den dag.

Een schaar van in lompen gehulde kinderen en ettelijke vrouwen kwamen uit het binnenste van den wagen te voorschijn, vier mannen begeleidden hem te voet, twee muildieren met zich voerende, welke onder een hoog opgeladen last van oud huisraad en prullen zich met moeite voortsleepten.

W ater, water!

Mensch en dier vond op Goedland een Samaritaan, die hen gastvrij bij de poort liet kampeeren om te rusten, en toen de heer des huizes de vier gespierde, aan arbeid gewone mannen zag, viel hem eensklaps een gedachte in.

„Vanwaar kom jelui?"

Sluiten