Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muilen en veroorloven zich een kleine grap met Spir» Malia.

Een vaatje Mavrodaphne wordt juist aangestoken, zij laten hem een glaasje slurpen.

De werking is verrassend en verheven. De bruine knaap stelt zich aan als onzinnig van verrukking, hij slaat de handen tegen de borst, hij smakt met de tong en hijgt als een Derwisch bij den dans en werpt zich, ontembaar als een dier, op de kleine schaal onder de kraan, om ze trillende van begeerte te ledigen.

Wie kan en mag het hem beletten ? Hij zuigt zelfs de droppels van de aarde op.

En vervolgens vliegt hij weg, rukt de viool uit de kar, werpt zich op den grond en speelt — speelt, dat de heele wereld samenloopt.

Den volgenden dag werkt hij voor twee. — „Ter wille van den wijn, broeder!" zegt hij, den keldermeester met van genot bliksemende oogen toeknikkende.

Neuert en Hiller krabben zich verlegen achter de ooren en bieden Spiro Malia landwijn aan. Dat bekomt hun slecht. De bruine knaap verlangt met woeste hartstochtelijkheid den Mavrodaphne, dien en geen droppel andere.

De keldermeesters deelen het noodlottig geval hun patroon mede. Mijnheer Clausz is een joviaal man. Hij lacht en staat toe, dat den vlijtigen kameraad uit de tooverbron der allerbekoorlijkste godin getapt wordt.

Andermaal de onstuimige losbarsting eener in geestvervoering verrukte ziel, andermaal het tooverachtige, onbeschrijfelijke vioolspel, dat de gevoelens moet uitdrukken, welker overmaat geen woord, maar alleen een klank weerspiegelen kan.

En om hem een voortdurend grooter wordende schare van luisterenden. Uit alle hoeken en gaten treedt men naderbij, hurkt neder in het gras, gaat liggen, staat luisterend ter zijde, rookt en vat bijna dansende elkanders handen, als de viool wat al te krachtig daartoe uitlokt. De mannen dansen met mannen, de vrouwen onder

Sluiten