Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ an het Zuid-Westen komen grauwe wolken opzetten. De regenmeisjes hebben zeker haar lied gezongen, dat de Hemel de velden zegenen moge!

Nu waaien er schaduwen langs den hemel en dragen vele droppels van Cerigo naar Patras over, dat zijn tranen, welke zon, maan en sterren met gesluierd gelaat weenen, omdat Spiro Malia zijn Griekenland verlaten wil.

Hellas! waar zijn de meisjes zoo schoon, als hier, waar anders geuren de rozen zoo zoet, waar fonkelt de wijn zoo vurig in het glas, als hier te lande ?

De wijn ! — Het smalle gelaat van den knaap trekt zenuwachtig en de neusvleugels zetten zich uit, als ademde hij zelfs in den geest de kostbare geur van den Mavrodaphne in!

Nooit vóór dezen heeft hij zulk een dronk gekend. Nu weet hij, hoe wijn smaken moet, welken een Keizer drinkt.

Mavrodaphne! — Wie zal hem in Montenegro uit zulk een vaatje tappen? — Wee hem en wel hem! Het is zijn noodlot geworden.

Wonen de Nereïden l) misschien alleen onder vijgeboomen, aan een murmelende bron ?

Spiro Malia glimlacht geheimzinnig, schier wellustig. Neen, hij weet het beter.

Zulk een toovergodin kan ook in de goudgeel stroomende bron huizen, welke uit de druiven van den wijnstok welt. — Niet in den eenvoudigen landwijn,. zooals hij op Cerigo de kelen der arme mannen verkoelt, ook in geen ander vocht, dat men den reizigers in de herberg heeft toegereikt, ja zelfs in geen ander vat, dat in de kelder van Goedland ligt — de Daphne! De Mavrodaphne alleen kan de bekoorlijke meesteres bevatten!

Daarvan komt het ook, dat Spiro Malia naar de viool grijpen en spelen moet, — moet!

De Nereïden maken ook muziek, overweldigende

*) Nereïden = de nymphen der Middellaodsche Zee.

Sluiten