Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik merk het niet, broeder, — ik ben tevreden. Sedert ik uw wijn gedronken heb, ken ik niets beters meer." — Zóó werd Spiro Malia arbeider op Goedland, werkte overdag rusteloos en dronk 's avonds onmatig. Dan speelde hij — en ieder was van oordeel, nooit iets schooners gehoord te hebben.

Aldus verhaalde men den ademloos luisterenden Joel. Het bloed steeg gaandeweg heeter en rooder in de wangen van den jongen componist.

„En gij hebt het spel van den jongen mensch reeds dikwijls gehoord en beoordeeld?" vroeg hij haastig, „speelt hij alleen alledaagsche melodieën na of schept hii er zelf?" F J

„Volgens mijn oordeel is Spiro Malia een van God begenadigd, buitengewoon begaafd en geniaal musicus.

at hij speelt, is zuiver eigen schepping, het overschuimen eener heldere fantasie, welke zeker op de wereld haars gelijke mag zoeken; zou men dezen ongeslepen diamant niet zoo kunnen zetten, dat hij zich aan de wereld in zijn waren glans vertoont ?"

„Hebt gij het niet beproefd, hem muzikaal te ontwikkelen en dezen wild uitspruitenden laurier te oculeeren?"

De Consul lachte. „Ik was zoo vermetel, de proef te wagen, Spiro Malia in de geheimen der beschaving en der kunst in te wijden! Dan, helaas! elke proef lijdt schipbreuk op de ongeloofelijk lage trap van ontwikkeling, waarop de voormalige visscherszoon staat. — Spiro Malia is een genie, — maar één van die ongelukkigen, die in den dampkring hunner eigene al te laag staande persoonlijkheid verstikken. — De genadezon, welke eiken avond zijn dronkenschap doorvlamt, kan niet in volle pracht en zegevierende kracht over zijn ziel opgaan, omdat haar horizon veel te eng is, om zulk een godheid te bevatten."

„ Naamt gij er de proef van, hem te laten onderrichten ?"

„Ja; maar een mensch, die noch lezen noch schrijven kan en wiens geestkracht door het vele gebruik van wijn reeds geknakt is, is niet in staat het begrip eener

Sluiten